De koelkast werkt op 230 volt (stroomkabel) of gas. Tijdens het rijden wordt de koelkast gekoeld door de motor.
Gas: zorg ervoor dat de gaskraan bij de gasfles volledig is opgedraaid.
230 volt: Als je bent aangesloten op walstroom dan kan de koelkast elektra gebruiken voor de koeling.

In werking stellen (Led display):
Druk de aan/uit knop in (meest linker knop op het display) en hou deze 1 seconde vast. Het aan/uit lampje wordt blauw en de laatst geselecteerde instellingen lichten op.
A met een elektrasnoer, dan gebruikt de koelkast walstroom.
A met een vlammetje, dan gebruikt de koelkast de gasfles.
Het beste koelniveau is 2.
Er is een klein vriesvakje in de koelkast.

Blijven de blauwe lichten knipperen:
Klik op het vierkantje op het bedieningspaneel van de koelkast, houdt deze 2 seconden ingedrukt tot het symbool voor de energie begint te knipperen.
Druk op de pijltjestoetsen tot de gewenste bron geselecteerd is.
Druk kort op de bevestigingsknop (het vierkantje) om je selectie te bevestigen.